Tussen oorlog en herstel: veteraan Nicole Frusch-Venhoek vond steun bij paarden

Toen in 2022 de eerste beelden van de Russische inval in Oekraïne op televisie verschenen, had dat onverwacht een enorme impact op veteraan Nicole Frusch-Venhoek. Van de een op de andere dag sliep ze nauwelijks nog, trok ze zich terug en merkte dat haar lichaam reageerde alsof ze weer in een oorlogsgebied was. “Ik was daar gewoon weer terug,” zegt ze. “Ik rook het, proefde het en zag al die beelden weer voor me. En die knop krijg je niet zomaar meer uit.” Het was het moment waarop duidelijk werd dat de oorlog voor haar nooit echt voorbij was geweest.

Werken onder extreme druk
Frusch-Venhoek (1972) diende negen jaar bij Defensie en werd vier keer uitgezonden: drie keer naar Afghanistan en één keer naar Irak. Als operatieassistent chirurgie werkte ze onder extreme omstandigheden, vaak in kleine teams die dag en nacht beschikbaar moesten zijn. Al tijdens haar eerste uitzending in 2003 kwam ze terecht in een wereld waarin de grenzen tussen werk en overleven vervaagden. 

In Afghanistan behandelde ze zowel militairen als burgers. Dat betekende dat ze niet alleen te maken kreeg met heftige verwondingen die in Nederland zelden voorkomen, maar ook met schrijnende situaties en verhalen die zich moeilijk laten verwerken. Ze herinnert zich patiënten met zware brandwonden, ‘blastwonden’ en verminkingen van volwassenen en kinderen, die dan soms wekenlang op de intensive care lagen zonder het te redden. “Ook het verliezen van eigen manschappen gaat je niet in de koude kleren zitten”, zegt ze. Tegelijkertijd waren er ook momenten van hoop, zoals een meisje dat, na behandeling van haar brandwonden, voorzichtig naar haar spiegelbeeld glimlachte.

Nachtmerries
Tijdens de missies zelf voelde het werk vooral als een opdracht die uitgevoerd moest worden. Er was weinig ruimte voor emoties. “Je gaat gewoon door,” zegt ze. “De volgende patiënt ligt al klaar. Je kunt je niet permitteren om daar op dat moment iets bij te voelen. En bij nabesprekingen zit je vaak nog te hoog in je adrenaline om tot je gevoel te komen.” Ziek zijn kan niet, want er is geen vervanging. Die professionele focus maakte het mogelijk om onder extreme druk te functioneren, maar betekende ook dat ervaringen nauwelijks werden verwerkt.

Pas later, terug in Nederland, begonnen de gevolgen zich te tonen. Aanvankelijk uitte zich dat in slecht slapen en lichamelijke klachten, die niet altijd werden herkend of erkend als een gevolg van haar uitzending. In vier jaar tijd onderging ze acht operaties aan speekselklier, galblaas, een uitvallende blaas en schouder en daarnaast viel ook haar schildklier uit. Naar haar idee allemaal problemen die hun basis vonden tijdens haar uitzendingen. “Die blaasproblemen bijvoorbeeld. In Afghanistan was het extreem warm en moesten we per dag wel zes liter water drinken om niet uit te drogen. Tegelijk stonden we soms dagen achter elkaar in de OK met rijen gewonden die geopereerd moesten worden. Er was nauwelijks tijd voor toiletbezoek; mijn blaas is daardoor letterlijk overrekt geraakt.” De beelden van bedreigende situaties of de slachtoffers die ze onder haar handen had gehad keerden terug op onverwachte momenten overdag en in nachtmerries. “Wat terugkwam, waren niet zozeer losse herinneringen, maar fragmenten en gezichten die in elkaar overliepen,” zegt ze. “Ik kon eenmaal wakker de beelden moeilijk  terughalen, maar het beklemmende gevoel bleef.”  

Machteloosheid als rode draad
In haar verhaal speelt niet alleen angst een rol, maar vooral machteloosheid. Dat gevoel ontstond op momenten waarop ze geen controle had over de situatie, terwijl ze soms wel verantwoordelijk was voor wat er gebeurde. Ze herinnert zich een incident waarbij een wachttoren in brand vloog en munitie ontplofte. In eerste instantie dacht ze dat het kamp werd aangevallen door de Taliban. “Je hoort schoten, je hoort mensen schreeuwen,” vertelt ze. “Of je hoort een raket neerkomen en jij staat daar aan de operatietafel bij een patiënt en je moet door. Weglopen is geen optie terwijl je eigenlijk denkt: dit is niet veilig.” Dat spanningsveld – tussen handelen en niet kunnen handelen –  heeft zich volgens haar letterlijk in haar lichaam vastgezet.

Moral Injury
Wat haar situatie complex maakt, is dat haar klachten niet alleen passen binnen posttraumatische stressstoornis (PTSS), maar ook samenhangen met wat bekend staat als ‘moral injury’. Dat begrip verwijst naar de innerlijke schade die ontstaat wanneer iemand betrokken raakt bij of getuige is van situaties die indruisen tegen het eigen morele kompas.

Tijdens diverse uitzendingen werkte Frusch-Venhoek in internationale teams en werd ze ook ingezet onder buitenlandse chirurgen. Daar merkte ze dat normen en waarden niet altijd overeenkwamen met wat zij als goede zorg beschouwde. In bijvoorbeeld één van die situaties kreeg ze sterk het gevoel dat een Afghaanse patiënt absoluut niet de zorg kreeg die hij verdiende. “Je staat erbij, je ziet het gebeuren, maar je kunt niks. De arts is verantwoordelijk, niet jij,” zegt ze. “En verstandelijk weet ik dat ook. Maar mijn gevoel… dat krijgt dat niet recht.” 

Gebrek aan begrip
Juist dat spanningsveld – tussen weten en voelen – vormt de kern van haar worsteling. Daarbij speelt ook het gebrek aan erkenning een rol. Terug in Nederland bleek hoe groot de afstand was tussen haar ervaringen en de belevingswereld van anderen. Op haar werk werd haar na terugkomst gevraagd of ze een “leuke uitzending” had gehad. Het beeld van de missies klopt volgens haar simpelweg niet met de werkelijkheid die zij heeft meegemaakt. “Het werd een vredesmissie genoemd,” zegt ze. “Maar er zijn wel 25 Nederlandse militairen in Afghanistan gesneuveld. Dan hebben we het nog niet eens over al die andere internationale militairen.” Dat verschil in beleving werkt door in hoe mensen naar haar ervaringen kijken. “Dan zeggen ze: jij hoefde toch niet te vechten en je deed toch hetzelfde werk als wat je in Nederland ook al deed”, vertelt ze. “Maar mijn takenpakket was daar veel uitgebreider én ik leefde middenin een oorlog.” Juist dat gebrek aan erkenning voor wat die omgeving met haar heeft gedaan, maakt het verwerken ingewikkelder.

De beerput ging open
Na de gebeurtenissen in 2022 kwam haar situatie in een stroomversnelling: haar lontje werd korter, prikkels kwamen harder binnen, ze had last van verhoogde spierspanning en ze begon zich steeds verder terug te trekken uit haar omgeving. Met als dieptepunt depressies. Haar man dringt – na een week nauwelijks slapen – aan om contact op te nemen met het Veteraneninstituut. Er volgden verschillende behandeltrajecten, waaronder EMDR en intensieve therapieprogramma’s. Die brachten niet alleen verwerking op gang, maar maakten de problematiek in eerste instantie ook zwaarder. “De beerput ging open,” zegt ze over die tijd. Ze zakt verder weg in sombere periodes en kreeg te maken met dissociatieve momenten, waarbij ze soms de grip verloor op wat er gebeurde. “Dat vond ik misschien nog wel het engste, dat je gewoon niet meer weet wat je doet.” 

Een paard oordeelt niet
In die zoektocht naar herstel kwam ze uiteindelijk terecht bij een traject buiten de reguliere kaders: werken met paarden, onder meer binnen het HorsePower-project van de Universiteit Utrecht: een onderzoeksprogramma waarin wordt verkend hoe contact met paarden kan bijdragen aan het herstellen van stress- en emotieregulatie bij PTSS. Zonder eerdere ervaring met paarden begon ze in 2024 aan het traject. De aanpak bleek effectief. Paarden reageren sterk op lichaamstaal en spanning en spiegelen gedrag zonder oordeel. 

Tijdens de kennismaking met de paarden was er direct een klik met een bepaalde merrie, die haar vaste partner werd gedurende het traject. In de oefeningen met haar leerde ze dat het niet erg is als iets niet meteen lukt. “Je kunt het gewoon opnieuw proberen, en vaak ging het dan wel goed. En wat ook fijn was, is dat je met gelijkgestemden bent die begrijpen wat jij hebt meegemaakt. Niemand kijkt er raar van op als je emotioneel wordt.” 

Kantelpunt
Frusch-Venhoek merkte op dat zodra zij haar focus verloor of spanning opbouwde, het paard de leiding overnam of weigerde mee te werken. In één van de sessies werd dat pijnlijk concreet. Toen ze haar grenzen niet bewaakte en de merrie haar omver liep, schoot haar lichaam direct in de stressreactie die ze kende uit Afghanistan. Juist dat moment werd een kantelpunt. In plaats van erin mee te gaan, leerde ze haar aandacht te verleggen en weer grip te krijgen. “Dat je leert je te focussen op iets anders, iets positiefs,” zegt ze.

Stap voor stap gaven de oefeningen met de merrie haar weer grip en zelfvertrouwen. “Dat zo’n groot dier zich door jou laat leiden… dat doet iets met je,” zegt ze. “Het gaf mij het gevoel dat ik er mag zijn.” Hoewel het traject haar klachten niet volledig heeft weggenomen, heeft ze geleerd om beter om te gaan met triggers en herstelt ze sneller na een terugval. Waar ze eerder langdurig vastzat in angst of depressie, vindt ze nu vaker binnen een dag weer haar balans.

Schilderen als uitlaatklep 
Naast therapie vond ze ook een uitlaatklep in creativiteit. Tijdens haar behandelperiode begon ze intensief gedichten te schrijven en te schilderen. Wat begon als losse notities en schetsen groeide uit tot een bundel van gedichten en beelden – ‘Wit met een groen randje’ – die onlangs werd uitgebracht. In dat werk ligt de nadruk niet op de missies zelf, maar op de mentale nasleep en het proces van herstel. 

Haar verhaal laat zien dat de impact van uitzendingen zich niet altijd direct openbaart en dat herstel zelden rechtlijnig verloopt. Tegelijkertijd onderstreept het de mogelijke rol van alternatieve therapievormen, zoals werken met paarden, in het omgaan met complexe problematiek als PTSS en moral injury. Voor Frusch-Venhoek betekent haar traject bij HorsePower vooral dat er weer beweging is gekomen in een proces dat lange tijd vastzat. “Ik ben nog niet beter,” zegt ze. “Maar dankzij de paarden kan ik wel weer verder.”

Dit artikel is geschreven in het kader van de Week van het Paard: een landelijke publieksweek (23 t/m 31 mei 2026) waarin de Nederlandse paardensector haar deuren opent voor bezoekers. Door het hele land laten maneges, stallen, fokkerijen en andere paardenbedrijven zien hoe veelzijdig de paardenwereld is en hoeveel aandacht er dagelijks uitgaat naar welzijn, verzorging en vakmanschap. Zo wil de sector nieuwe mensen kennis laten maken met de wereld achter het paard. Kijk voor meer informatie en deelnemende hippische locaties op www.weekvanhetpaard.nl